Hoge Raad vult vergewisplicht bij termijn 5:130 BW nader in.

Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:GHARL:2018:2984 – Artikel 5:130 lid 2 BW bepaalt dat het verzoek tot vernietiging moet worden gedaan binnen een maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of heeft kunnen kennis nemen. Wanneer niet vast staat dat de verzoeker kennis heeft van het besluit, bijvoorbeeld vanwege diens aanwezigheid bij een algemene ledenvergadering, is het moment van kennis kunnen nemen van het besluit bepalend voor het ingaan van de termijn. De Hoge Raad geeft in de hier behandelde beschikking nadere criteria die gelden bij het bepalen van het moment van kennis kunnen nemen.

Praktijk

Eigenaars kiezen ervoor niet ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn, bijvoorbeeld uit onmin met het bestuur. De afwezige eigenaar neemt dan ook niet direct kennis van de ter vergadering genomen besluiten. Besluiten worden genotuleerd en in concept notulen aan de leden kenbaar gemaakt, vaak na het verstrijken van de termijn van een maand die artikel 5:130 lid 2 BW stelt voor het indienen van een verzoek tot vernietiging van besluiten. Als eigenaars pas op dat moment kennis kunnen nemen van besluiten, heeft dat tot gevolg dat ook na het verstrijken een maand na de vergaderdatum onzekerheid kan bestaan over de vraag of de besluiten nog kunnen worden vernietigd. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor de uitvoerbaarheid van VvE besluiten. Opdrachten voor werkzaamheden of bijvoorbeeld administratieve besluiten met betrekking tot (extra) bijdragen, kunnen niet zonder meer ten uitvoer worden gelegd. Voor de VvE is het om die reden van belang te weten wanneer een besluit niet meer voor vernietiging vatbaar is.

Vergewisplicht

Het belang van de VvE en de eigenaars om zo spoedig mogelijk te weten of een genomen besluit geldig is, is in de jurisprudentie onderkend.  Uit vaste jurisprudentie volgt een strikte vergewisplicht die inhoudt, dat van de eigenaar die niet ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd was, maar die daar wel op de voorgeschreven wijze voor is opgeroepen en die op basis van de vergaderagenda heeft kunnen begrijpen dat over bepaalde onderwerpen besluiten zouden kunnen worden genomen, mag worden verwacht dat hij zich ten spoedigste van genomen besluiten vergewist, zodat de bedoelde termijn inderdaad op de dag van de vergadering dan wel ten spoedigste nadien ingaat.  Zo bepaalde het hof Den Haag op 17 februari 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:466: ‘Kennisneming van de notulen hoeft niet te worden afgewacht om kennis te kunnen nemen van de besluiten. Hof Arnhem-Leeuwarden benoemde de vergewisplicht uitdrukkelijk in de beschikking van 27 maart 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:2984: ‘de invulling van de bedoelde vergewisplicht was aan X. Als zij er voor koos niet te vergadering aanwezig te zijn en zich ter vergadering niet te doen vertegenwoordigen, wat in beginsel als een eigen beslissing van X is te beschouwen, was aan de keuze aan haar bij wie zij haar licht (…) kon opsteken. Met het enkele afwachten van de notulen heeft X aan die verplichting niet voldaan.’

Uit deze en andere jurisprudentie blijkt dat het belang van rechtszekerheid van de overige eigenaars en de VvE vergt, dat de niet aanwezige of vertegenwoordigde eigenaar ‘ten spoedigste’ na de vergadering informeert over de daar genomen besluiten. Op dat moment, dus ten spoedigste na de vergadering, gaat de termijn van een maand lopen. De vertraging in het onaantastbaar worden van VvE besluiten wordt zo geminimaliseerd, waarmee de rechtszekerheid gediend is.

Hoge Raad  

In de hier behandelde uitspraak erkent de Hoge Raad het belang van rechtszekerheid, maar wordt tegelijkertijd nadere invulling gegeven aan wat onder ‘kennis kunnen nemen’ moet worden verstaan. De Hoge Raad overweegt als volgt:

Het antwoord op de vraag of, en zo ja vanaf welk moment, een appartementseigenaar die niet ter vergadering aanwezig was (ook niet door vertegenwoordiging) van een in die vergadering genomen besluit van de vereniging van eigenaars heeft kunnen kennisnemen, hangt af van de omstandigheden van het geval. Veel gewicht komt hierbij toe aan de gebruiken binnen de vereniging van eigenaars over de wijze waarop besluiten ter kennis van de leden worden gebracht. Geldt binnen een vereniging van eigenaars het gebruik besluiten onder haar leden bekend te maken, bijvoorbeeld door verspreiding van een besluitenlijst of notulen van een vergadering, dan is uitgangspunt dat een appartementseigenaar die niet ter vergadering aanwezig was, van een daar genomen besluit redelijkerwijs heeft kunnen kennisnemen vanaf het moment waarop die bekendmaking heeft plaatsgevonden, tenzij hij feiten en omstandigheden stelt en zo nodig bewijst waaruit volgt dat hij pas op een later moment redelijkerwijs van het besluit heeft kunnen kennisnemen.

De Hoge Raad zwakt hiermee de strikte jurisprudentie over de vergewisplicht af. Het moment van ‘kennis kunnen nemen’ wordt gekoppeld aan het gebruik besluitenlijsten of notulen onder de leden bekend te maken. Vanaf het moment van die gebruikelijke kennisgeving heeft de eigenaar kennis kunnen nemen van het besluit en gaat de termijn van een maand lopen. Het is daarna aan de eigenaar daarvan tegenbewijs te leveren. Is binnen de VvE sprake van een gebruik besluiten onder haar leden bekend te maken, dan is de eigenaar niet langer gehouden zich ‘ten spoedigste’ na de vergadering te vergewissen van genomen besluiten, maar mag hij de gebruikelijke bekendmaking daarvan afwachten.

Bij gebreke van een dergelijk gebruik binnen de VvE blijft de hiervoor weergegeven vergewisplicht gelden, zij het met een belangrijke nuancering. De Hoge Raad verwoordt dat als volgt:

Is van een gebruik als hiervoor bedoeld geen sprake, dan mag van een niet ter vergadering aanwezige appartementseigenaar die wist of behoorde te weten dat en wanneer een vergadering plaatsvond en welke besluiten op die vergadering genomen zouden kunnen worden, worden verwacht dat hij moeite doet om kort na de vergadering kennis te nemen van de genomen besluiten. Van de appartementseigenaar mag in dat geval in beginsel worden verwacht dat hij binnen een week na de vergadering informatie inwint over die besluiten. De termijn van een maand, genoemd in art. 5:130 lid 2 BW, begint dan te lopen uiterlijk op de dag na het einde van die week. De appartementseigenaar draagt in dat geval de stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat hij redelijkerwijs niet binnen een week na de vergadering van het desbetreffende besluit heeft kunnen kennisnemen.

In het geval geen sprake is van een gebruik binnen de VvE, dan geldt de vergewisplicht nog steeds. De Hoge Raad vult ‘ten spoedigste’ in, door daar een termijn van een week aan te verbinden.  Na die week vangt de termijn van een maand aan. Ten overloede voegt de Hoge Raad daar nog aan toe dat de termijn eerder begint te lopen, zodra blijkt dat de betreffende eigenaar daadwerkelijk eerder heeft kennisgenomen van de genomen besluiten. Het is aan de VvE om te stellen en te bewijzen dat dat geval zich voordoet.

Beoordeling aanvang termijn 5:130 lid 2

Bij de beoordeling van de vraag wanneer de termijn van een maand aanvangt, kan met deze uitspraak het volgende worden gesteld:

  1. de eigenaar is ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd: de termijn vangt daags na de vergadering aan;
  2. de eigenaar is afwezig en niet vertegenwoordigd, maar de VvE heeft een gebruikelijke wijze waarop besluiten ter kennis van de leden worden gebracht: de termijn vangt daags na de bekendmaking aan;
  3. de eigenaar is afwezig en niet vertegenwoordigd, en de VvE heeft geen gebruikelijke wijze waarop besluiten ter kennis van de leden worden gebracht: de termijn vangt aan na een week na de vergadering;
  4. de eigenaar is afwezig en niet vertegenwoordigd, maar de VvE toont aan dat de eigenaar daadwerkelijk kennisgenomen heeft van het besluit: de termijn vangt aan daags na die kennisneming.

Gevolgen voor de praktijk

Met deze uitspraak benadrukt de Hoge Raad het belang van gebruiken binnen de VvE over de wijze waarop besluiten ter kennis van de leden worden gebracht. De vraag is hoe zich dat verhoudt tot de standaard situatie, waarin binnen vier tot zes weken na de vergadering concept notulen worden verspreid onder de leden. Als ook dat moet worden beschouwd als een gebruikelijke wijze van bekendmaking, dan zou met deze uitspraak de termijn pas vanaf dat moment gaan lopen. Op basis van de tekst van deze beschikking kan dat niet uitgesloten worden. Het belang bij een snelle (digitale) bekendmaking van de besluiten die tijdens de vergadering genomen zijn, is hiermee verzwaard. Immers, op dat moment gaat de termijn van een maand lopen. De verplichting om in actie te komen na de vergadering ligt daarmee bij de VvE. Dat is een wijziging ten opzichte van eerdere jurisprudentie op dit punt.

Verder wordt niet ingevuld wanneer de eigenaar daadwerkelijk van het besluit heeft kennis genomen. Die vraag is relevant voor de eisen aan het door de VvE te leveren bewijs omtrent dat kennisnemen. Is dat wanneer de eigenaar een daad van bekendheid met de besluiten heeft verricht, bijvoorbeeld door daartegen te protesteren bij het bestuur, of is dat al het geval wanneer de VvE aantoont, dat de besluiten aan de eigenaar bekend zijn gemaakt, bijvoorbeeld per email of post? In het laatste geval zou het bewijs uiteraard eerder geleverd kunnen worden dan in het eerste geval. De Hoge Raad heeft het over de eigenaar die ‘daadwerkelijk’ heeft kennisgenomen van de genomen besluiten vóór het moment waarop hij overeenkomstig het hiervoor in 3.4 overwogene geacht moet worden redelijkerwijs van die besluiten te hebben kunnen kennisnemen. Het woord ‘daadwerkelijk’ lijkt te duiden op actieve wetenschap van de betreffende eigenaar, in plaats van het kennis kunnen nemen, bijvoorbeeld door email of post te raadplegen.

Nieuwe gebruiken

Ook na deze uitspraak blijft de VvE gebaat bij zo snel mogelijk duidelijkheid over de rechtsgeldigheid van de genomen besluiten. Om dat te bewerkstelligen rust op de VvE de taak om die besluiten zo snel mogelijk ter kennisneming onder de leden te verspreiden. De Hoge Raad schrijft niet voor op welke wijze of in welke vorm dat plaatsvindt. Dat is aan de VvE. Het is met deze uitspraak niet zo, dat enkel het verspreiden van de notulen geldt als mogelijkheid. Naast en vooruitlopend op het verspreiden van de notulen, is het raadzaam dat de VvE kort na afloop van elke vergadering een besluitenlijst onder de leden verspreidt. Dat kan ook digitaal. Van belang is slechts, dat de VvE aantoont, dat ‘besluiten ter kennis van de leden worden gebracht’. Dat de concept notulen op een later moment volgen, doet daaraan niet af. Het is aan te bevelen de kennisgeving van de besluitenlijst door middel van een vergaderbesluit tot ‘gebruik’ in de VvE te verheffen, ter voorkoming van onzekerheid daarover.

Alle omstandigheden van het geval

De hier gegeven regels zijn op één zaak afgestemd en kunnen niet zonder meer tot algemeen geldende regel verheven worden. Dat blijkt uit de uitdrukkelijke overweging van de Hoge Raad (r.o. 3.4), dat het antwoord op de vraag wanneer sprake is van ‘kennis kunnen nemen’ afhangt van de omstandigheden van het geval. De hierboven gegeven criteria zullen derhalve steeds als uitgangspunt aan de van de omstandigheden van het geval worden getoetst. In algemene zin geldt dat de Hoge Raad met deze beschikking de strenge vergewisplicht heeft afgezwakt ten gunste van de eigenaar die een verzoek tot vernietiging indient.

Volledige uitspraak: Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:GHARL:2018:2984