Ordemaatregel vergadering na geweldsdelict

Tijdens een vergadering van eigenaars heeft één van de appartementseigenaars (hierna: “X”) een van de andere aanwezigen mishandeld toen tevergeefs werd geprobeerd de microfoon uit zijn handen te nemen. De mishandelde persoon heeft hierdoor letsel opgelopen en de politie moest ter plaatse komen om de orde te herstellen. Van deze mishandeling is aangifte gedaan en de officier van justitie heeft de betreffende appartementseigenaar een strafbeschikking opgelegd.

Namens de VvE is na de vergadering aan X een brief gestuurd waarin hij is gewezen op het geweldsdelict en waarbij hem een waarschuwing is gegeven. Daarnaast is X in deze brief aangekondigd dat tijdens de volgende vergadering van eigenaars aan de leden zal worden voorgesteld om te besluiten om X voor de duur van een jaar de toegang tot de vergadering te ontzeggen, met instandhouding van het recht om door middel van een gemachtigde het woord te voeren en een stem uit te brengen. Nadat X en een aantal andere leden tijdens de vergadering van eigenaars het woord hadden gevoerd, heeft de vergadering besloten om X voor de duur van een jaar de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Op verzoek van de voorzitter heeft X na het besluit direct de zaal verlaten.

X heeft de kantonrechter vervolgens verzocht het besluit tot het opleggen van de ordemaatregel te vernietigen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. X voert daarbij met name aan dat de verstoorde vergadering het gevolg was van het niet adequaat en consequent optreden van de vergadervoorzitter. Daarnaast voert X aan dat door de ontzegging van de toegang tot de vergadering, hem zijn spreekrecht wordt ontnomen.

De kantonrechter stelt in de beschikking voorop dat het feit dat de splitsingsakte en het splitsingsreglement geen specifieke bepaling bevatten ter zake van ordemaatregelen niet aan het treffen van dergelijke maatregelen in de weg staat op grond van de algemene bepalingen van boek 2 en boek 5 BW. De vergadering van eigenaars is daartoe derhalve bevoegd bij meerderheidsbesluit.

Naar het oordeel van de kantonrechter is het gedrag van X onaanvaardbaar en rechtvaardigt dit zonder meer het opleggen van een ordemaatregel.

Ten aanzien van de redelijkheid en billijkheid van het door de vergadering van eigenaars genomen besluit, overweegt de kantonrechter als volgt:

7. Het bestreden besluit ontneemt [X] niet de mogelijkheid om in de vergadering zijn stem te laten horen via een gemachtigde en om op deze wijze zijn stem uit te brengen. De maatregel als zodanig gaat naar het oordeel van de kantonrechter dan ook niet te ver. Wel is de kantonrechter van oordeel dat de maatregel in redelijkheid in tijd moet worden beperkt tot de duur van een half jaar, te rekenen vanaf 5 juli 2018. Daarbij gaat de kantonrechter ervan uit dat [X] zich in de toekomst beter zal weten te beheersen en zich ter vergadering na afloop van deze periode niet meer schuldig zal maken aan ontoelaatbaar gedrag. Verder is in dit verband van belang dat [X] een rol als woordvoerder vervult voor een aantal appartementseigenaren, die hun vertrouwen in hem hebben gesteld. Het verzoek is gezien het vorenstaande voor een deel toewijsbaar.

Volledige uitspraak: Rechtbank Amsterdam, 25 oktober 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:8239)