IBR

IBR

Het Instituut voor Bouwrecht te Den Haag is kennispartner van VvERecht.nl en heeft als doel het op onafhankelijke wijze bevorderen van de wetenschappelijke en praktische beoefening van het bouwrecht, alsmede van de studie van juridische en maatschappelijke vraagstukken en verschijnselen in het algemeen, voor zover die betrekking hebben op of van betekenis kunnen zijn voor de kennis en verdieping van het bouwrecht. Dit doel wordt o.a. nagestreefd door het verrichten van onderzoek en het uitgeven van publicaties.

In dit geschil worden de VvE’s worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, omdat binnen de verjaringstermijn van twee jaar geen stuitingshandelingen zijn verricht. Feiten en omstandigheden De afzonderlijke leden van de VvE’s hebben ieder met onderneemster een koop-/aannemingsovereenkomst gesloten voor de koop en bouw van een appartement in het door

Aanneemster wordt aansprakelijk gesteld voor herstel van de hekwerken. De hekwerken zijn aangetast in de periode dat opdrachtgeefsters niet over bijzondere onderhoudsvoorschriften beschikten. Eerste aanleg Tussen partijen is een geschil ontstaan naar aanleiding van de tussen de leden van opdrachtgeefsters aan de ene kant en steeds aanneemster aan de andere

Gestelde gebreken in de gemeenschappelijke gedeelten (waaronder lekkages balkons en tocht- en lekkageklachten ramen zijgevel) brengen partijen bij arbiter. Onderneemster stelt onder andere dat er geen rechtsgeldige vertegenwoordiging van de VvE is, dat de VvE niet tijdig heeft geklaagd en dat de vorderingen van de VvE zijn verjaard. Rechtsgeldige vertegenwoordiging

Tussen de eigenaars van de appartementen en E. B.V. zijn koop-/aannemingsovereenkomsten gesloten voor de bouw van een appartementencomplex. Het complex is op 7 april 2005 opgeleverd. De VvE A. I is de overkoepelende VvE, VvE A. II is bevoegd ten aanzien van de gemeenschappelijke delen van het complex in de

Tussen partijen is een geschil ontstaan naar aanleiding van een door aanneemster afgegeven garantie op de beglazing in het gebouw. De VvE vorderde veroordeling van aanneemster, uitvoerbaar bij voorraad, tot vervanging dan wel herstel van de aangetaste beglazing, dan wel tot betaling van een vervangende schadevergoeding. De vorderingen van de

In een eerdere procedure is door een VvE gevolgschade gevorderd, deze is deels toegewezen. Na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst is het appel ingetrokken. Opdrachtgever was geen lid meer van de Vve toen de vaststellingsovereenkomst werd gesloten en acht zich hieraan niet gebonden. Hij vordert nu alsnog gevolgschade. Is opdrachtgever

De VvE vordert in de hoofdzaak dat aanneemster wordt veroordeeld tot vergoeding van de sloopkosten van een fabrieksschoorsteen die heeft gestaan op het gemeenschappelijke gedeelte van het appartementencomplex van de VvE. In dit bevoegdheidsincident wordt de bevoegdheid van arbiter door aanneemster betwist. Zij stelt daartoe primair dat de kopers geen

Onderneemster stelt dat een procesvolmacht van het bestuur van opdrachtgeefster ontbreekt, waardoor de rechtsvordering in eerste aanleg volgens onderneemster ongeldig is ingesteld. Datzelfde geldt – aldus onderneemster – voor het hoger beroep. Opdrachtgeefster heeft als verweer tegen deze incidentele grieven aangevoerd, dat het bestuur van opdrachtgeefster geen procesvolmacht nodig heeft.

Raad van Arbitrage voor de Bouw | 12 november 2014 | Zaaknummers 34.293 en 34.294  – In twee nagenoeg gelijke zaken is een arbitraal vonnis gewezen. Deze twee zaken zijn in de mondelinge behandeling samengevoegd en zullen in deze bewerking gezamenlijk besproken worden. Kort gezegd gaat het in beide zaken om een geschil

Raad van Arbitrage voor de Bouw | 17 december 2014 | zaaknummer 35.015 De gemeenschappelijke delen van een appartementencomplex zijn opgeleverd op 5 maart 2007. Tot die gemeenschappelijke delen behoort een ‘dek’ van bankirai vlonders, gesitueerd tussen de woningen op de parkeergarage onder het complex. De VvE heeft voor het

Raad van Arbitrage voor de Bouw | 29 september 2014 | zaaknummer 34.506 Omstreeks 2007 hebben de individuele eigenaren met verweerster sub 1 een koop-/aannemingsovereenkomst gesloten voor de koop van een appartementsrecht en de bouw van een appartement(encomplex). De oplevering van het werk heeft medio 2009 plaatsgevonden. De VvE stelt nu onder

Raad van Arbitrage voor de Bouw | 27 juni 2014 | geschilnummer 80747 Onderneemster heeft met H. op 8 april 2008 een projectovereenkomst gesloten voor de realisatie van een appartementencomplex te X.. Het appartementencomplex bestaat uit 26 appartementsrechten, waarvan 10 appartementen en 16 parkeerplaatsen. Voordat de penthouses waren afgebouwd is de

Raad van Arbitrage voor de Bouw | 9 mei 2014 | geschilnummer  32.056 De afzonderlijke leden van een VvE hebben ieder met aanneemster een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een appartement in het gebouw C. te X.. Dit gebouw bestaat uit vier verdiepingen met in totaal acht appartementen. Op deze overeenkomsten

Deze vier uitspraken hebben betrekking op een complex van 25 woningen die zijn gebouwd op de bestaande kelder van een voormalige fabriek. De kelderverdieping heeft een herbestemming gekregen met een hobbyruimte in elk van de woningen en een gemeenschappelijke parkeergarage, met een privédeel en een mandelig deel voor elk van

Raad van Arbitrage voor de Bouw | 25 maart 2014 | geschilnummer 34.150 In 2008 hebben opdrachtgeefster en onderneemster een koopovereenkomst gesloten betreffende een appartementsrecht. In de overeenkomst is onder meer vermeld dat onderneemster een gedeelte van het complex, bestaande uit de kantoorruimten op de tweede en derde verdieping, zal

Raad van Arbitrage voor de Bouw | 18 december 2013 | geschilnummer: 34.344  In 2005/2006 zijn tussen de individuele leden van de VvE afzonderlijk en onderneemster koop-/aannemingsovereenkomsten gesloten. Na de oplevering van het werk in 2006 zijn er lekkages ontstaan in de appartementen. De hieronder kort weergegeven uitspraak gaat onder