Geen vervangende machtiging om besluitvorming in de vergadering te bewerkstelligen

Door: Mr. John A. Liewes*

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, beschikking 6 april 2017 (zaaknr.: 5594043; nog niet gepubliceerd).- De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft eerder in een uitspraak van 22 mei 2014 een vervangende machtiging ex artikel 5:121 BW verleend voor het vormen van een nieuw VvE bestuur. In de onderhavige zaak kwam een vergelijkbare kwestie aan de orde, namelijk het verzoek om een vervangende machtiging om – kort gezegd – namens de VvE een externe beheerder te mogen inschakelen.  In de hier behandelde kwestie wordt de vraag voorgelegd of of de vervangende machtiging op grond van artikel 5:121 BW voor dit soort handelingen gegeven kan worden.

De kantonrechter overweegt dienaangaande als volgt:

“3.8 Met het begrip “handeling” in lid 1 van voormeld artikel wordt zowel een feitelijke als een rechtshandeling bedoeld (zie T&C, artikel 5:121 lid 1, aantekening l ). Dat blijkt ook uit de diverse uitspraken waarop verzoekers een beroep hebben gedaan. Zo blijkt uit de uitspraak van het Hof ‘s-Hertogenbosch van 10 januari 2006 dat machtiging was verleend aan een “onder-VvE” om namens de “hoofd-VvE” een procedure aanhangig te maken om telecommunicatieapparatuur van het dak van een onderdeel van het complex te laten verwijderen.
In de uitspraak van het Hof ‘s-Hertogenbosch van 18 april 2006 (ECLI:NL:GHSHE:2006:AW:2504), waarnaar verweerders op de eerste pagina van hun verweerschrift verwijzen, werd machtiging verleend om namens de VVE aan de kantonrechter de vraag voor te leggen of de huurovereenkomst met betrekking tot de op het dak van het complex geplaatste zendmast rechtsgeldig tot stand was gekomen.
Ook in de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 28 oktober 2010 (ECLI:NL:RBDOR:2010:BP2154), waarop verweerders een beroep doen is het uitgangspunt dat de vervangende machtiging zowel feitelijke als rechtshandelingen kan betreffen. Immers de kantonrechter overweegt daar in r.o. 12 (onderstreping kantonrechter): “Het gaat daarbij om (rechts)handelingen m.b.t. de algemene gedeelten of privé-gedeelten van het gebouw van de vereniging, en om vervangende machtiging om zelf de gewenste (rechts-)handeling te (doen) verrichten.”
3.9 Het moet dan blijkens de bewoordingen van artikel 5:121 lid I BW wel gaan om feitelijke of rechtshandelingen met betrekking tot algemene of privé-gedeelten van het gebouw van de vereniging, zoals de kantonrechter in laatstgenoemde uitspraak ook overweegt. De handeling waarvoor door verzoekers in de onderhavige procedure machtiging wordt verzocht is niet een handeling met betrekking tot algemene of privé-gedeelten van het gebouw van de vereniging. De door verzoekers beoogde handeling, het inschakelen van een extern beheerder, heeft betrekking op het functioneren van de vereniging van eigenaren als zodanig. Daarop ziet de in artikel 5:121 BW vervatte mogelijkheid van vervangende machtiging niet. Reeds om die reden dient het verzoek te worden afgewezen.”

De kantonrechter komt tot het oordeel dat artikel 5:121 BW ziet op feitelijke of rechtshandelingen met betrekking tot algemene of privé-gedeelten van het gebouw van de vereniging. Het inschakelen van een extern beheerder is niet een handeling met betrekking tot algemene of privé-gedeelten van het gebouw van de vereniging, maar heeft betrekking op het functioneren van de VvE als zodanig. Het verzoek wordt om die reden afgewezen.

De uitspraak bevestigt naar mijn mening dat de vervangende machtiging niet bedoeld is om besluitvorming in de vergadering van eigenaars te bewerkstelligen, maar om zelf de gewenste (rechts)s handeling te kunnen verrichten. Verder lijkt mij de nuancering van de kantonrechter terecht. Het moet dan gaan om een (rechts)handeling ten aanzien van het gebouw. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een vervangende machtiging tot het uitvoeren van noodzakelijk onderhoud en het aangaan van de noodzakelijke overeenkomsten hiertoe.

* Mr. John Liewes is werkzaam als jurist bij VvE belang