Moet een kascommissie uit louter VvE-leden bestaan?

Rechtbank Amsterdam, 5 november 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9950 

Op 16 juni 2015 is een uitspraak die al op 5 november 2013 is gedaan, gepubliceerd. De kantonrechter heeft een besluit vernietigd waarin enkele jaarrekeningen werden goedgekeurd, onder meer omdat de kascommissie niet bestond uit uitsluitend VvE-leden, maar ook uit een niet-lid.

De kantonrechter overweegt in r.o. 11 en 12:
“Artikel 2:48 lid 2 BW bepaalt dat de vergadering van eigenaars jaarlijks uit haar midden een (kas)commissie van tenminste twee leden moet benoemen. Zij hebben tot taak het jaarverslag en de afgelegde verantwoording te onderzoeken en hun bevindingen aan de vergadering mee te delen. [naam 4] is geen lid van de VvE. Geconcludeerd dient dan ook te worden dat het besluit van 24 april 2013 van de vergadering van de VvE in strijd met de wettelijke bepaling van artikel 2:48 BW tot stand is gekomen. Bij gebrek aan animo bij de leden van de VvE zitting te nemen in de (kas)commissie had het op de weg van de VvE gelegen een accountant te benoemen teneinde de getrouwheid van de stukken over 2011 en 2012 te (laten) onderzoeken. Dat klemt temeer nu gebleken is dat [naam 4] en [verzoeker] samen tot lid van de Kascommissie 2011 waren benoemd, maar bij gebreke aan overeenstemming over het gevoerde financiële beleid niet tot een eensluidend verslag konden komen.

12. Reeds om die reden moeten de besluiten van de algemene vergadering d.d. 24 april 2013 met betrekking tot de goedkeuring van de jaarstukken over 2011 en 2012, alsmede de decharge van het bestuur met betrekking tot het financiële beheer haar beleid over de jaren 2011 en 2012 vernietigd worden.”

In art. 2:48 lid 2 BW staat echter:
“Ontbreekt een raad van commissarissen en wordt omtrent de getrouwheid van de stukken aan de algemene vergadering niet overgelegd een verklaring afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1, dan benoemt de algemene vergadering jaarlijks een commissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. …”
Daar staat niet bij dat die leden VvE lid moeten zijn, er staat alleen dat het er tenminste twee moeten zijn, en dat ze geen bestuurder mogen zijn. De algemene vergadering moet dus ten minste twee personen aanwijzen die samen de kascommissie vormen.

Overes neemt aan dat de kascommissie wel uit leden van de vereniging moet bestaan (GS Rechtspersonen, art. 2:48, aant. 3), evenals Mertens in Mon. BW B29 nr. 25, maar er zijn ook auteurs die menen dat zo’n kascommissie aangevuld kan worden met niet-leden (Dijk/Van der Ploeg 2013, p. 199). Rensen schrijft over de kascommissie in Asser/Rensen 2-III* nr. 165:
“Voor zover de statuten niet anders bepalen, kan de kascommissie bestaan uit natuurlijke personen en/of rechtspersonen. Dit laatste is bijvoorbeeld denkbaar bij een branchevereniging waarvan de leden rechtspersonen zijn en de statuten voorschrijven dat de kascommissie bestaat uit leden van de vereniging. De wet bevat ter zake geen beperkende voorschriften.” Zo ook Rijssenbeek in ‘De model-splitsingsreglementen toegelicht’ 2015, op p. 320, die de hier besproken uitspraak zelfs ‘onbegrijpelijk’ noemt.

De modelreglementen die vaak bij appartementensplitsingen worden gebruikt, schrijven niet voor dat een kascommissie uit VvE-leden moet bestaan. De oudere modellen benoemen de kascommissie niet, zodat moet worden teruggevallen op de wettelijke bepaling van art. 2:48 BW. Er is pas in het modelreglement van 2006 een bepaling over de kascommissie opgenomen, en deze luidt als volgt:
“Ontbreekt een raad van commissarissen, dan benoemt de vergadering jaarlijks een kascommissie, bestaande uit tenminste twee leden. Het lidmaatschap van de commissie is niet verenigbaar met de functie van bestuurder en die van voorzitter van de vergadering.”
Deze formulering sluit aan bij de tekst uit art. 2:48 lid 2 BW. Ook hieruit blijkt dat de kascommissie uit twee personen moet bestaan, niet zijnde een bestuurder of een voorzitter van de vergadering.

Ik zie geen reden waarom er geen mensen van buiten de VvE in een kascommissie zouden mogen zitten, nu zowel de wet als het modelreglement dit niet uitsluit. Zeker bij kleine VvE’s voorkomt de mogelijkheid tot het benoemen van niet-VvE-leden als lid van de kascommissie dat de VvE op kosten gejaagd wordt. In VvE’s van twee eigenaars zijn er immers simpelweg te weinig VvE-leden om een kascommissie van twee personen te kunnen benoemen, zodat er dan haast per definitie een accountant ingeschakeld zou moeten worden, hetgeen mij onwenselijk voorkomt. Ook bij serviceflats waar de eigenaars veelal op hoge leeftijd zijn, kan ik mij voorstellen dat kinderen of andere naasten prima kunnen fungeren als lid van de kascommissie.

Naar mijn mening had de kantonrechter het gewraakte besluit niet mogen vernietigen slechts omdat de kascommissie niet uit uitsluitend VvE-leden bestond. Hoe zwaar het feit moet wegen dat de beide leden – waarvan één niet VvE-lid – het in 2011 samen niet eens konden worden over de verslaglegging is hierbij wat mij betreft niet relevant. De bedoeling van dit artikel is om duidelijk te maken dat ook niet-leden deel uit kunnen maken van een kascommissie bij een VvE en dat de kascommissie – als de VvE dat wenst – zelfs geheel uit niet VvE-leden zou kunnen bestaan.

Volledige uitspraak: Rechtbank Amsterdam, 5 november 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9950