Nietig of vernietigbaar? Voorbeeld: besluit in strijd met quorumeis

LJN: BX8761, Rechtbank Amsterdam 8 augustus 2012

De VvE vordert betaling van servicekosten van een eigenaar. Die verweert zich met een beroep op de nietigheid van de besluiten waarop de VvE de vorderingen baseert. Vervolgens stelt de VvE, dat die verweren reeds dienen te worden gepasseerd omdat de termijn van een maand in artikel 5:130 BW verlopen zou zijn. In deze  discussie ziet de rechtbank aanleiding uiteen te zetten wat het verschil tussen nietigheid en vernietigbaarheid is.

De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel 2:14 BW een besluit van de vergadering van eigenaars nietig is als het in strijd is met de wet of de statuten. Artikel 5:129 BW bepaalt dat voor de toepassing van artikel 2:14 BW de akte van splitsing gelijk wordt gesteld met de statuten. Op grond van artikel 5:111 onder d BW maakt het splitsingsreglement deel uit van de akte van splitsing. Een besluit van de vergadering van eigenaars dat in strijd is met het splitsingsreglement is dus nietig (zie ook 5:129 lid 2 BW). Indien de totstandkoming van het besluit in strijd is met het splitsingsreglement, is het besluit vernietigbaar op grond van artikel 2:15 lid 1 aanhef en sub a BW. Onder artikel 2:15 lid 1 sub aanhef en sub a BW vallen in ieder geval de bepalingen betreffende de oproeping tot vergaderingen, agendering, toezending en terinzagelegging van stukken en wijze van stemming. Een fundamenteel totstandkomingsgebrek, zoals het niet voldoen aan de quorumeis, leidt wel tot nietigheid van het besluit, zo is algemeen aanvaard. Artikel 5:130 BW bepaalt dat in afwijking van artikel 2:15 lid 3 BW de vernietiging van een besluit van een orgaan van de vereniging van eigenaars geschiedt door een uitspraak van de kantonrechter en dat het verzoek tot vernietiging binnen een maand na de dag waarop verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of heeft kunnen kennis nemen moet worden gedaan.

Anders dan de VVE stelt, kan gelet op het voorgaande dus niet in zijn algemeenheid worden aangenomen dat de besluiten van de vergadering van eigenaars tot verhoging van de servicekosten en het in rekening brengen van administratiekosten onaantastbaar zijn geworden omdat niet binnen een maand na kennisneming van de besluiten een verzoek tot vernietiging bij de kantonrechter is ingediend. Indien de inhoud van het besluit in strijd is met het splitsingsreglement of indien sprake is van een fundamenteel totstandkomingsgebrek leidt dat op grond van artikel 2:14 BW juncto artikel 5:129 BW immers tot nietigheid van het besluit. De rechtbank zal in het navolgende dan ook de door de eigenaar aangevoerde gebreken ten aanzien van de besluiten afzonderlijk beoordelen.

Vervolgens oordeelt de rechtbank, dat van nietige besluiten geen sprake is en volgt toewijzing van de vorderingen van de VvE.

Interessant aan deze uitspraak is, dat de rechtbank bevestigt dat ook een fundamenteel totstandkomingsgebrek, zoals het niet voldoen aan de quorumeis,  tot nietigheid van het besluit leidt.  Een besluit dat de vereiste meerderheid van stemmen niet haalt, is een besluit dat niet tot stand komt en dus geen besluit is. Dat dat nietig is, mag dus als algemeen aanvaard worden beschouwd. In artikel 52 lid 5 (laatste zin) MR 2006 is dat ook met zoveel woorden bepaald.

In de praktijk kan de uitwerking van dit principe daardoor wat lastiger liggen. Artikel 52 MR 2006 bepaalt het volgende in lid 5:

 5. Besluiten door de vergadering tot:
a. het doen van buiten het in artikel 9 eerste lid sub a en b bedoelde onderhoud vallende uitgaven;
b. het doen van uitgaven ten laste van het reservefonds;
c. het aangaan van verplichtingen met een financieel belang die een totaal door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaan;
kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd is, dat tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan uitbrengen. De laatste zinsnede van artikel 50 eerste lid is van overeenkomstige toepassing. In een vergadering, waarin minder dan twee/derde van het hiervoor bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen

De in artikel 52 lid 5 opgenomen opsomming is niet cumulatief, maar alternatief van aard. Zodra aan a, b of c voldaan is, geldt een quorumeis en de eis van een gekwalificeerde meerderheid. Voor andere besluiten kent het MR 2006 behoudens enkele uitzonderingen geen quorumeis. Denkbaar is  dat (onderdelen van) besluiten te rekenen tot a of b zonder dat de ALV zich dat realiseert. Verder komt het regelmatig voor, dat  vergadering geen drempelwaarde vastgesteld heeft als bedoeld in c. In al die gevallen zal echter sprake zijn van niet-besluiten, waarvan niet de vernietiging maar de nietigheid moet worden ingeroepen. De termijn van een maand ex artikel 5:130 BW geldt niet bij nietigheid. Nietige besluiten komen namelijk in het geheel niet rechtsgeldig tot stand. Tegen een nietig besluit hoeft in beginsel geen rechtsmiddel te worden aangewend, zoals bij het tijdig inroepen van de vernietiging vereist is. Iedere eigenaar kan zich op ieder moment beroepen op de nietigheid van het besluit. Slechts de vordering tot het ongedaan maken van eventuele geldelijke gevolgen van nietige besluiten verjaart na verloop van vijf jaar.

Klik hier voor de volledige uitspraak.