Gebruik privé-gedeelten: geen fiets op eigen parkeerplaats

Mag een eigenaar zijn fiets in de parkeergarage stallen? Als het om het gemeenschappelijke gedeelte gaat, zal de vergadering daarover moeten beslissen. Maar hoe zit het nu als het om een privé-parkeerplaats in de garage gaat, die behoort tot het gedeelte waar de appartementseigenaar volgens de splitsingsakte het exclusieve gebruiksrecht van heeft. Hierover gaat de volgende kantonrechters uitspraak. Daarover oordeelde Rechtbank Alkmaar, Sector Kanton op 12 januari 2012 in de zaak met nummer 379046 EJ VERZ 11-87.

Een eigenaar heeft volgens de splitsingsakte een appartementsrecht met een berging en een parkeerplaats in de gemeenschappelijke parkeergarage. Van de berging en de parkeerplaats heeft hij het exclusieve gebruiksrecht. Hij is niet in het bezit van een auto, maar heeft wel een fiets, die hij dagelijks gebruikt. Deze fiets stalt hij in zijn parkeervak. Een aantal automobilisten onder de eigenaars vindt dat niet wenselijk. Ze zijn onder andere bang, dat wanneer de fiets omvalt hun auto beschadigd zal worden. De fietsbezitter daarentegen is van mening dat hij, omdat hij geen auto heeft, maar als vervoermiddel een fiets, deze op zijn privé-parkeerplaats mag stallen.

In het splitsingsreglement van de VvE is bepaald, dat de vergadering van eigenaars een huishoudelijk reglement kan vaststellen ter regeling van onder andere “het gebruik, het beheer en het onderhoud van de privé-gedeelten”. Hiervan heeft de vergadering gebruik gemaakt. In het huishoudelijk reglement zijn twee relevante bepalingen opgenomen: “in de gemeenschappelijke gedeelten en ruimten, zoals trappenhuizen, bergingsgangen, de parkeergarage enz. mogen geen (brom-) fietsen, kinderwagens, boosters, dozen of andersoortige voorwerpen worden geplaatst” en de bepaling “de auto/motor wordt geplaatst op de privé-parkeerplaats van de betreffende eigenaar. De parkeerplaats mag geen ander doel dienen”.

De eigenaar wordt gewaarschuwd en krijgt boetes opgelegd door het bestuur. Die laat het er niet bij zitten en legt de zaak voor aan de rechter. De rechter overweegt allereerst of de VvE bevoegd is regels aangaande privé-gedeelten vast te stellen en of zij deze bevoegdhied heeft overschreden. Op grond van artikel 5:112 BW mag in het splitsingsreglement een regeling opgenomen worden omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud van de privé-gedeelten. Indien in het splitsingsreglement bepaald is, dat in het huishoudelijk reglement voorschriften omtrent gebruik van het privé-gedeelte opgenomen mogen worden, kan men daarin voorschriften voor feitelijk gebruik oftewel orderegels vastleggen. Dit blijkt ook uit Hoge Raad 10 maart 1995, NJ 1996, 594 VvE Ameland State/Mink, elders met noot op VvEREcht.nl.

De rechter is van mening dat in de voor alle bewoners toegankelijke garage het gebruik van de garage en daarmee de parkeerplaatsen orderegels behoeft. Hij acht de regel aangaande de beperking tot het parkeren van auto’s en motors niet meer dan een orderegel en dus niet in strijd met de wet. Verder is hij van mening dat onder het begrip parkeerplaats in het algemene spraakgebruik niet verstaan wordt een stalling voor één of meer fietsen. Hij besluit dan ook dat er geen fietsen op de parkeerplaatsen mogen staan.

Het bestuur van de VvE had de eigenaar een waarschuwing gestuurd onder dreiging van een boete en gesommeerd de fiets te verwijderen van de parkeerplaats. Binnen de vergadering is het stallen van fietsen al aan de orde geweest. Er is voor gekozen de regel te handhaven. In het kader daarvan acht de rechter het niet in strijd met redelijkheid en billijkheid, dat een eigenaar gesommeerd wordt zijn fiets(en) te verwijderen onder dreiging van een boete. De eigenaar daarentegen laat op de zitting foto’s zien, waarop meerdere fietsen in de parkeergarage staan. Ter zitting blijkt, dat het bestuur van de VvE het plaatsen van fietsen overdag oogluikend toestaat. Volgens de getergde eigenaar wordt tegen sommigen wel opgetreden en tegen anderen niet. Verder bleek, dat aan één bewoner ontheffing van de regel gegeven is.

Het principiële karakter van de zaak en het feit, dat tijdens de rechtszaak pas is gebleken, dat overdag niet gehandhaafd wordt, brengt de rechter er wel toe te bepalen dat eigenaar nog 3 weken de tijd krijgt zijn fiets(en) weg te halen en dat de boete dus nog niet van kracht is.

Duidelijk een uitspraak met een winnaar en een verliezer. De automobilisten blij omdat de regel gehandhaafd kan worden, de fietsende eigenaar teleurgesteld omdat hij niets aan zijn parkeerplaats heeft. Uit deze uitspraak blijkt wel, dat het belangrijk is een regel consequent te handhaven. Dat de eigenaar ook fietsen van anderen in de garage ziet staan maakt het verbod des te schrijnender. Door onzorgvuldig handhaven kan het idee van willekeur ontstaan hetgeen tot onenigheid kan leiden en zelfs tot een rechterlijke procedure.

 Artikel 5:112 lid 4 BW 

 Het reglement kan inhouden een regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud van de gedeelten die bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Een zodanige regeling kan inhouden dat de vergadering van eigenaars bevoegd is een appartementseigenaar of degene die zijn rechten uitoefent, om nader in het reglement aangegeven gewichtige redenen het gebruik van deze gedeelten te ontzeggen.