Niet elke beslissing is een besluit dat nietig kan zijn?

LJN: BQ5778,Sector kanton Rechtbank Maastricht 18 mei 2011

Een recreatiepark wordt beheerd door een boek 2-vereniging. In de koopovereenkomsten waarbij de recreatiewoningen zijn gekocht is opgenomen dat de kavels met bungalows voor recreatieve doeleinden gebruikt dienen te worden en dat permanente bewoning uitgesloten is. Het gebruik van de gronden en opstallen voor permanente, niet recreatieve, bewoning is ook in strijd met het vigerende bestemmingsplan van de gemeente. In de statuten staat dat de leden van de vereniging verplicht zijn om de kavels te gebruiken volgens de bestemming ‘recreatiebungalow met tuin en erf’ en deze statuten zijn tot op heden niet gewijzigd. In het huishoudelijk reglement staat onder ‘overige voorwaarden’ eveneens dat de leden verplicht zijn de kavels te gebruiken volgens de bestemming ‘recreatiewoning met tuin en erf’.

De algemene vergadering van de vereniging verklaart dat het het streven is, om naast de recreatieve doelstelling tevens permanente bewoning van de bungalows mogelijk te maken. Jaarlijks worden daarvoor mandaten verstrekt aan het bestuur om uitgaven te doen, onder meer voor het voeren van een bestemmingsplanprocedure. Eén van de bewoners is het daar niet mee eens en weigert het gedeelte van zijn servicekosten te betalen, dat correspondeert met het totaal van deze uitgaven. De VvE vordert bij de sector kanton een veroordeling tot betaling van het lid. Gedaagde voert verweer en vordert in reconventie dat de besluiten tot het doen van de uitgaven nietig worden verklaard.  De aan degevorderde bedragen ten grondslag liggende besluiten van de algemene vergadering zouden nietig vanwege overschrijding van hetdoel ex art. 2 lid 1 jo artikel 4 lid 1 van de statuten, zolang deze niet zijn gewijzigd. De besluiten zijn voorts nietig vanwege strijdmet artikel 5 lid 1 jo artikel 4 lid 1 van de statuten, omdat de juridische kosten geen gemeenschappelijke exploitatiekosten zijn in de zin van artikel 5 lid 1 van de statuten. De VvE voorbij aan haar statutaire doel, namelijk het in stand houden en bevorderen van een recreatiepark.

De rechter wijst de reconventionele vordering af. Volgens de rechter zal een beslissing van het bestuur van een vereniging of van de algemene vergadering niet altijd een besluit zijn in de zin van artikel 2:14 BW. Van een dergelijk besluit kan pas worden gesproken indien de beslissing (externe) rechtsgevolgen voor de vereniging heeft. In de algemene vergadering ging het om een intern besluit, waarbij het streven naar permanente bewoningals (nieuwe) verenigingsdoelstelling wordt geformuleerd. Een wijziging van de statuten is daarvoor niet vereist. De rechter is van oordeel, dat de in de statuten neergelegde doelstelling weliswaar een zekere normatieve doelstelling heeft, maar dat deze niet restrictief hoeft te zijn.

Ik ben het niet eens met deze uitspraak. Ten eerste omdat naar mijn mening wel degelijk sprake is van besluiten. Het vaststellen van een intentie hoeft niet als een besluit te gelden, maar het verstrekken van een mandaat aan het bestuur tot het doen van uitgaven ten laste van de vereniging is dat naar mijn mening wel. Kennelijk is een dergelijk besluit nodig, omdat de gegeven bevoegdheid niet behoort tot de bevoegdheden van het bestuur. Daarmee is voldaan aan het besluitbegrip. Ten tweede kent artikel 2:14 BW niet de beperking dat de nietigheid van een besluit pas kan worden uitgesproken, indien de beslissing (externe) rechtsgevolgen heeft zoals de rechter stelt. Ten derde hebben de betreffende besluiten hebben wel degelijk (externe) rechtsgevolgen, nu het bestuur de vereniging krachtens het gegeven mandaat kan verbinden jegens derden. Bovendien komen de kosten daarvan voor rekening van de leden.

Dat de besluiten met overwegende meerderheid zijn aangenomen, maakt dat nog niet anders. Het oordeel van de rechter dat de in de statuten neergelegde doelstelling weliswaar een zekere normatieve doelstelling heeft, maar niet restrictief hoeft te zijn deel ik evenmin. Met name bij verenigingen als de onderhavige en de boek 5 VvE dienen de statuten steeds objectief en grammaticaal te worden uitgelegd. Zie onder meer LJN: AZ7727, Gerechtshof Amsterdam 12 februari 2007, oo kop vverecht.nl. Vanwege het(semi-)zakelijke karakter van de statuten van een Boek 2 vereniging als de onderhavige en de VvE, die van rechtswege bindend zijn voor opvolgende eigenaren, vereist de rechtszekerheid een objectieve en grammaticale toepassing van de statutaire doelstellingen. Daarmee is mijns inziens niet te verenigen het doen van uitgaven, die uitsluitend strekken tot wijziging van het doel van de vereniging.

De meerderheid van de leden, die een wijziging van de statutaire doelstelling wenst te bevorderen, kan hetzij de statuten wijzigen of, als dat nog prematuur is, een separaat fonds stichten waarop de voorstanders van het initiatief een bijdrage storten. De vereniging is niet bestemd voor activiteiten die buiten haar doelstelling vallen en kan daar dan ook geen rol in vervullen naar mijn mening.

Klik hier voor de volledige uitspraak.