Erotische massagesalon in zakelijke VvE niet toegestaan

LJN: BL3501, Voorzieningenrechter Rechtbank ’s Gravenhage, 10 februari 2011.
Is het exploiteren van erotische massagesalon een bedrijf in strijd met de goede zeden en daarom niet toegestaan in een gesplitst bedrijvencomplex?

Twee eigenaren van een appartement in een bedrijvencomplex te Alphen aan den Rijn verhuren het betreffende appartement aan een exploitant die voornemens is daar een erotische massagesalon te exploiteren. De exploitant heeft aan de verhuurders een schriftelijke verklaring verstrekt waarin zij verklaart het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement na te naleven. De gemeente heeft hiervoor reeds een ontheffing van het bestemmingsplan verleend.

Artikel 17 lid 5 van het splitsingsreglement vermeld:

Het is niet geoorloofd in de appartementsrechten een beroep en/of bedrijf uit te oefenen of te doen uitoefenen dat in strijd is met de goede zeden, waaronder eveneens zal worden verstaan het gelegenheid geven tot het beroepsmatig uitoefenen dat in strijd is met de goede zeden, waaronder eveneens zal worden verstaan het gelegenheid geven tot het beroepsmatig uitoefenen of doen uitoefenen van het gokspel of een beroep of bedrijf uit te oefenen of te doen uitoefen waarbij onredelijke hinder wordt veroorzaakt.

De overige eigenaren binnen het complex, hierna: ‘eisers’, zijn niet gelukkig met de massagesalon en vorderen in kort geding primair om de exploitant te verbieden het pand in gebruik te nemen als erotische massagesalon en subsidiair om de eigenaren te verbieden het pand in gebruik te geven aan de exploitant. Eisers doen hierbij een beroep op artikel 17 lid 5 van het splitsingsreglement. Eisers stellen daarbij dat zij, alsmede hun huurders niet geassocieerd willen worden met aan seks gerelateerde bedrijven. De eigenaren en exploitant stellen daar tegenover dat in de huidige tijd niet kan worden volgehouden dat een (erotische) massagesalon in strijd is met de goede zeden.

De voorzieningenrechter concludeert dat ter beoordeling van de vordering centraal staat hoe artikel 17 lid 5 van het splitsingsreglement uitgelegd dient te worden en dat het daarbij aankomt op de objectieve strekking van dit artikel gezien in het licht van de gehele akte van splitsing en het reglement. De voorzieningenrechter overweegt ten aanzien van de uitleg van artikel 17 lid 5 het volgende:

Naar voorlopig oordeel kan uit de zinsnede dat geen bedrijf/beroep mag worden uitgeoefend in strijd met de goede zeden worden afgeleid dat in een appartement geen seksinrichting mag worden gedreven. Een seksinrichting wordt in het normale spraakgebruik, en daarmee objectief gezien, immers aangemerkt als een inrichting in strijd met de goede zeden. Gedaagden hebben die uitleg als zodanig ook niet bestreden en (…) gaat gedaagde sub 1 ook zelf van die uitleg uit.

Nu ook de gemeente blijkens de ontheffing van 16 september 2009 de erotische massagesalon als een seksinrichting heeft aangemerkt waarvoor ontheffing van het bestemmingsplan noodzakelijk is en gedaagden dat niet hebben betwist, staat vast dat sprake is van een seksinrichting. Daarmee handelen gedaagden in strijd met artikel 17 lid 5 van het reglement. Dat geldt temeer nu het door de gemeente toegestane gebruik als seksinrichting niet beperkt is tot het gebruik als erotische massagesalon.

Aan het vorenstaande doet niet af het betoog van gedaagde sub 1 dat de massagesalon niet de uitstraling heeft van een seksinrichting. Artikel 17 lid 5 van het reglement ziet niet op de uitstraling van een appartement maar op het gebruik ervan. In dat verband acht de voorzieningenrechter van belang dat gedaagde sub 1 heeft erkend dat ongeveer 70% van de massages erotische massages betreft. Bovendien maakt gedaagde sub 1 in de lokale media en op Internet reclame voor haar massagesalon, waarin ook de mogelijkheid van erotische massages expliciet wordt genoemd.”

De voorzieningenrechter geeft in aanvulling hierop aan dat een bestuursrechtelijke ontheffing nog niet tot gevolg heeft dat de exploitant in strijd met de splitsingsakte mag handelen.

Het uiteindelijke oordeel van de voorzieningenrechter is dan ook dat de exploitant zich dient te onthouden van het gebruik van het appartement als erotische massagesalon en dat de twee eigenaren van het betreffende appartement hier ook voor dienen in te staan. Dit alles op straffe van een dwangsom.

Klik hier voor de volledige uitspraak