Tegengesteld belang bij stemrecht

LJN BQ7678, Sector kanton Rechtbank Maastricht 16 mei 2011

Een VvE is een rechtspersoon die wordt beheerst door de bepalingen van het appartementsrecht zoals neergelegd in boek 5, titel 9 BW. Voor die zaken waar het appartementsrecht geen bijzondere voorschriften geeft, geldt tevens het algemene rechtspersonenrecht, boek 2, titel 1 BW. Daarin zijn bepalingen opgenomen over vernietiging van besluiten en tegengestelde belangen.

In deze zaak was zo’n tegengesteld belang aan de orde. De groot eigenaar wilde dat een aan haar gelieerde groepsmaatschappij bestuurder van de VvE bleef en stemde tegen het voorstel tot het benoemen van een externe bestuurder. In de ALV ontstond discussie over de vraag de groot eigenaar wel zijn stemrecht kon uitoefenen over de benoeming van de bestuurder. Uiteindelijk besloot de ALV dat de stem van de groot eigenaar niet kon meewegen vanwege het bepaalde in artikel 47 lid 2 van het modelreglement, waarin kort weergegeven staat dat bij tegengestelde belang het stemrecht niet kan worden uitgeoefend.

De voormalig bestuurder (en dus niet de daaraan gelieerde groot eigenaar zelf) verzocht om vernietiging van het besluit bij de kantonrechter. Allereerst is interessant dat vernietiging hier wordt verzocht door een ‘niet-lid’ van de VvE. Dat kan op grond van artikel 5:130 BW jo 2:15 lid 3 sub a, voor zover sprake is van een redelijk belang bij de nakoming van de verplichting die niet is nagekomen. Dat was hier zo, want de bestuurder zou bij vernietiging van het besluit in kwestie ten onrechte zijn afgezet. Als de tegenstem van de groot eigenaar namelijk wel zou meetellen, dan was er geen meerderheid van stemmen vóór het besluit geweest.

De kantonrechter wees vervolgens het verzoek af, mede door te verwijzen naar artikel 2:12 BW, dan eenzelfde regeling bevat als artikel 47 lid 2. Het feit dat die artikelen het hebben over ‘echtgenoot, geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn’ en vennootschappen waarin zij ‘direct of indirect een meerderheidsbelang hebben’ en het in casu ging om een zustervennootschap staat daaraan volgens de sector kanton niet in de weg. De kantonrechter kent daarbij doorslaggevende betekenis tot aan het doel van de VvE , dat door alle leden dient te worden nagestreefd. Hoewel het hier niet gaat om persoonlijke belangen is een zekere belangenverstrengeling, zoals bedoeld in voornoemd artikel en art. 2:12 BW, gezien de strekking en de aard van het te nemen besluit – ontslag van een zusteronderneming als bestuurder – mede gelet op de aangevoerde feiten, zeer wel denkbaar. Daarnaast is door de huidige malaise op de woningmarkt een ongewenste situatie ontstaan: één groot-eigenaar kan door zijn meerderheid van stemmen de democratische bedoeling van het appartementsrecht bij de besluitvorming ondermijnen. Ook een elementair beginsel van het verenigingsrecht – individueel stemrecht in de algemene vergadering – wordt daarmee geweld aangedaan. Dit wordt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht.

Deze zaak is vergelijkbaar met LJN: BJ6989,Sector kanton Rechtbank Utrecht 30 maart 2009 en LJN: BX4533,Sector kanton Rechtbank Haarlem 27 juli 2012. Beide uitspraken zijn met noot op VvERecht.nl te vinden

Klik hier voor de volledige uitspraak.