Schotelantennes en het recht op vrije nieuwsgaring

– Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 16 december 2008, LJN BH1809, EHRC 2009/17, (Mustafa en Tarzibachi/Zweden)
– Gerechtshof Amsterdam van 9 december 2008, LJN BL6547 (Esthéticienne/It Soal)
– Gerechtshof Amsterdam 28 september 2009, LJN BH8886

Artikel 22 lid 1 MR 2006 bepaalt dat iedere op- aan- of onderbouw zonder toestemming van de vergadering verboden is. De artikelen 22 lid 2 en 23 lid 1 MR 2006 verbieden het om zonder toestemming van de vergadering van eigenaars zichtbaar schotelantennes in of aan het gebouw aan te brengen respectievelijk om veranderingen aan te brengen, waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie van het gebouw wordt gewijzigd. In artikel 10 EVRM is het recht op vrije nieuwsgaring gewaarborgd, wat kort gezegd inhoudt dat iedereen het recht heeft om vrijelijk inlichtingen of denkbeelden te ontvangen. Volgens vaste jurisprudentie van het EHRM valt hieronder ook het ontvangen van televisieprogramma’s via een schotelantenne.

De vraag is of de eigenaar/gebruiker op grond van het MR verboden kan worden een schotelantenne te plaatsen. Daarvoor is relevant of er voldoende alternatieven ter beschikking staan om op ander wijze (kabel, radio, kranten en internet) in zijn nieuwsgaring te voorzien.  Uit de uitspraak van het EVRM volgt verder dat niet snel mag worden aangenomen dat er sprake is van een redelijk alternatief. Hiervan is pas sprake als dit alternatief minstens hetzelfde biedt als de schotelantenne. Volgens het Europees Hof zijn kranten, tijdschriften en de radio in ieder geval niet als een volwaardig alternatief van televisie te beschouwen. Verder geeft het EHRM nog aan dat het soort informatie niet belangrijk is. Ook culturele expressie en puur entertainment valt onder de reikwijdte van artikel 10 EVRM.

Uit de besproken uitspraken volgt dat de VvE schotelantennes niet zonder meer mag verbieden op basis van het MR en haar belang bij handhaving daarbij: ontsierend effect, schade aan gebouw of derden, precedentwerking.. Volgens het EHRM is een verbod op schotelantennes uitsluitend toegestaan, indien er sprake is van zwaarwegende algemene belangen, zoals genoemd in artikel 10 lid 2 EVRM. Daarvan niet snel sprake van zijn.  Hoewel het MR dat verbiedt, handelt een appartementseigenaar c.q. huurder door een schotelantenne te plaatsen niet per definitie onrechtmatig wegenhs strijd met de akte van splitsing waarin een verbod is opgenomen om een schotelantenne te plaatsen. Integendeel,  het MR met daarin het verbod om een schotelantenne te plaatsen zelf kan in strijd zijn met artikel 10 EVRM.

Als binnen een VvE veel behoefte bestaat aan een uitgebreider zenderaanbod kan ook worden gedacht aan het plaatsen van een Gemeenschappelijke Satelliet Ontvangst (GSO). Een GSO maakt het mogelijk om centraal ontvangen satellietsignalen naar de individuele appartementen te distribueren. Door het plaatsen van een GSO vervalt de noodzaak om individuele schotelantennes te plaatsen. Zeker als de kosten laag blijven, biedt een GSO een goed alternatief voor schotelantennes.

Klik hier voor Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 16 december 2008, LJN BH1809, EHRC 2009/17, (Mustafa en Tarzibachi/Zweden)

Klik hier voor Gerechtshof Amsterdam 9 december 2008, LJN BL6547

Klik hier voor Gerechtshof Amsterdam 28 september 2009, LJN BH8886